Home ]

Supervisie

 

Wie ben ik? 

 

Basisopleiding: maatschappelijk assistent

Bijkomende opleidingen:

  • relatie- en gezinstherapie (LIST – Leuven)

  • gestalttherapie (IVC – Kortrijk)

Ik ben erkend als supervisor door de Nederlands-Vlaamse Associatie voor Gestalttherapie en Gestalttheorie.

Als supervisor werk ik met individuele hulpverleners.

Maar ik werk ook al verschillende jaren met specifieke groepen en teams. o.a. in de bijzondere jeugdzorg, sociaal hoger onderwijs, hulpverleners (onder andere rond autisme, niet aangeboren hersenletsel, verstandelijke handicaps en gedragsproblemen), psychotherapeuten.

 

Wat is supervisie?

 

In supervisie gaat het over uw professioneel bezig-zijn, uw professionele ik. Persoonlijke thema’s kunnen hierbij aan bod komen maar alleen in de mate dat ze gerelateerd zijn aan de ingebrachte casus. Supervisie is iets anders dan leertherapie.

In supervisie gaat het om tegelijkertijd:

  • de werker

  • het werk

  • de context waarbinnen de werker werkt

Deze terreinafbakening biedt thematisch in ieder geval grote mogelijkheden.

In supervisie kijk je vooral naar de manier waarop je in je werk aanwezig bent. Je kijkt naar je eigen functioneren en staat kritisch tegenover de interventies die je al dan niet deed.

Supervisie helpt je meer bewuster te worden van je eigen stijl en je eigen achtergrond. Vanuit welk ideaal werk je, hoe is je aanpak, hoe ga je om met bepaalde reacties van cliėnten, hoe ga je om met succes, met falen. Supervisie is een manier om de mogelijkheden optimaal aan te spreken zodat de werkdoelen maximaal kunnen gerealiseerd worden.

In supervisie mag je erop rekenen dat de supervisor zijn verantwoordelijkheid zal opnemen en je zal wijzen op tekorten. Maar tevens zal ondersteunen wat goed is. Dit gebeurt niet vanuit een hiėrarchische relatie (meester – leerling) maar vanuit een dialogische relatie. De supervisor neemt hierbij een metapositie in. Naast en niet boven. Maar met een eigen rol.

Supervisie is echter vooral een leerproces en het is zeker niet de enige leerroute die men kan volgen. Er zijn namelijk nog andere modellen die een plaats kunnen hebben binnen een team: werkoverleg, mentorschap (peterschap of werkbegeleiding), collegiaal consult, coaching, intervisie. Al deze werkvormen hebben een andere inhoud en een ander objectief. Zo is in het werkoverleg en het mentorschap vooral het aspect beleidsrealisering van belang en leren minder uitgesproken een doelstelling. Bij het collegiaal consult is vooral ondersteuning van belang. In supervisie ligt het accent vooral op het reflectief leren door werkervaringen bespreekbaar te stellen. Dat leerzaam omzien gebeurt onder begeleiding van een deskundige buitenstaander en volgens afgesproken regels (werktijd, veiligheid, engagement). Als supervisant is het belangrijk dat men voorbereid aan de supervisie begint. Een persoonlijk werkverslag maken is geen overbodige luxe, een casus die men wilt inbrengen voorbereiden is dat evenmin. De vraag: "wat heb ik geleerd in deze supervisie" is zeer belangrijk. Daarnaast zijn ondersteuning en beleidsrealisatie eveneens van belang bij supervisie.

 

Methodiek

 

Om deze doelstellingen te realiseren wordt geopteerd voor een dialogische werkwijze. Interactie is een belangrijk instrument. Bij individuele supervisie is dat vanzelfsprekend. De methodiek zal hieraan aangepast zijn. De verantwoordelijkheid is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen supervisor en supervisant.

Er wordt een procedure uitgewerkt. Deze procedure is voor aanpassing vatbaar. Een voorbeeld is:

1. Introductie

Korte mededelingen

2. Inventarisatie

Te veel vraag noopt tot kiezen. Het onderwerp kan zeer sterk variėren en zowel de werker, het werk als de werkcontext betreffen.

3. Opvolging

Er wordt overlopen wat er gebeurd is in de begeleidingen die in de vorige supervisie aan bod zijn gekomen. In principe is deze ronde beperkt in tijd. Indien er behoefte is om toch uit te diepen gaat dit ten koste van de werktijd. De case wordt dan terug op de inventaris geplaatst.

4. Besprekingen

Er kan volgens verschillende methoden gewerkt worden. Een handige methode is de incidentmethode (zie verder).

5. Afsluiting

Gemaakte afspraken worden nog eens op een rijtje gezet

Volgende afspraak wordt bevestigd.

 

Er wordt bij voorkeur 1.5 uur gewerkt. Er is bij voorkeur een maandelijks gesprek.

 

Formaliteiten

 

Individuele supervisiemomenten vinden plaats ten huize van de supervisor (Brusselsesteenweg 95, 9300 Aalst).

Voor een supervisiemoment wordt 50,00€ per uur aangerekend. De kost voor een sessie van 1.5 uur bedraagt dus 75,00 €.

Afspraken kunnen afgemeld worden, maar dit moet ten minste 48 uur op voorhand gebeuren. Indien deze afspraak niet wordt nageleefd, wordt de sessie aangerekend. Uiteraard vervalt deze afspraak in geval van heerkracht.

 

Groepssupervisie

 

Indien het groepssupervisie betreft wordt het programma aangepast. Het ziet er dan als volgt uit.

1. Introductie

Aanwezigheden – afwezigheden

Korte mededelingen

2. Inventarisatie

Wie heeft iets in te brengen? In deze ronde wordt ook gepolst naar de hoogdringendheid. Het aantal kandidaten bepaalt ook hoeveel tijd er aan elke case kan worden besteed. Te veel vraag noopt tot kiezen. Het onderwerp kan zeer sterk variėren en zowel de werker, het werk als de werkcontext betreffen.

3. Opvolging

Er wordt overlopen wat er gebeurd is in de begeleidingen die in de vorige supervisie aan bod zijn gekomen. In principe is deze ronde beperkt in tijd. Indien er behoefte is om toch uit te diepen gaat dit ten koste van de werktijd. De case wordt dan terug op de inventaris geplaatst.

4. Besprekingen

Er kan volgens verschillende methoden gewerkt worden. Een handige methode is de incidentmethode. Iemand brengt een recent voorval met een cliėnt in aan de hand van vier richtvragen. Echter zonder te zeggen hoe hij of zij heeft gereageerd of zou reageren. De richtvragen zijn:

  1. wat gebeurt er

  2. wat denk ik daarbij (interpretaties, gedachten, projecties)

  3. wat word ik gewaar, wat voel ik

  4. wat wil ik (verlangens en verwachtingen)

De andere deelnemers beluisteren dit verhaal vanuit hetzelfde stel vragen en reageren naderhand.

Er kan echter ook gebruik gemaakt worden van andere technieken: rollenspel, waarderingschalen, kringgesprek, projectieve technieken, Balintmethode, enzoverder.

5. Afsluiting

Gemaakte afspraken worden nog eens op een rijtje gezet

Volgende afspraak wordt bevestigd.


Hoeveel mensen er met een casus of probleem aan bod komen hangt af van de beschikbare tijd.

In principe wordt met tijdsblokken van drie uur gewerkt.

In ieder geval is het zo dat er maximaal vier casussen aan bod kunnen komen. Voor elke bespreking wordt dan een half uur uitgetrokken. Zijn er minder casussen dan kunnen we langer blijven stilstaan bij een bespreking. Op die manier is het in een grote groep in ieder geval zo dat niet iedereen op dezelfde manier aan bod komt. Dit wil niet zeggen dat niet iedereen aan bod kan komen.

Dit is de theorie. Een model is altijd ondergeschikt aan de mensen.

 

Formaliteiten

 

De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de locatie. Er dient hierbij wel gezorgd te worden voor de veiligheid en de privacy van de deelnemers.

Per aangesproken dagdeel wordt een vergoeding aangerekend. De verplaatsingsonkosten en andere onkosten (bijvoorbeeld zaalhuur) zijn eveneens voor rekening van de initiatiefnemer.